06-12800666 info@nicoadvies.nl

Het gedrag van ouders was laatst weer volop in het nieuws. Weliswaar in de context van schooladviezen in het basisonderwijs, maar ik voel hier toch sterk de parallel naar ons vak als lesgever. Ouders zijn een bepalende factor in ons werk. Ik heb eerder al geschreven dat we bij ieder kind op zwemles er gratis hun ouders bij krijgen. Zoals er verschillende soorten kinderen zijn, zo zijn er ook verschillende soorten ouders. Zelfs onderling kan het verschil, als het gaat om de zwemprestaties van hun gezamenlijke kind, enorm verschillen.

Leiderschap

Het managen van de relatie met ouders is tegenwoordig een vast onderdeel van ons vak. Er wordt namelijk van ons leiderschap gevraagd. Volgens Dwight Eisenhower (Amerikaans president 1953- 1961) is de definitie van leiderschap ‘de kunst om een ander iets te laten doen dat jij wilt, omdat hij het zelf wil’. Als managementmodel beter bekend als situationeel leidinggeven. Dit model onderscheidt vier verschillende stijlen, van instrueren naar begeleiden en via overleggen naar delegeren. Het waarneembare gedrag van de ouder bepaalt hierbij welke stijl van leidinggeven jij als lesgever het beste kan toepassen. Steeds met als doel om zo effectief mogelijk te zijn, waarbij het er om gaat in hoeverre jij in staat bent het gedrag van de ander te beïnvloeden.

Informatie en motivatie

De eerste parameter die je stijl bepaalt, is ervaring. Is het een ervaren ouder of een ouder met een kind dat net aan het zwemlestraject begint en dus onbekend is met de gang van zaken rondom de lessen. Tweede parameter is de mate van bereidheid die de ouder heeft om energie in het traject te willen stoppen. Motivatie dus. Een voorbeeld: wanneer een ouder met het derde kind op les komt, hoef je niet veel meer uit te leggen over het lessysteem, de voortgang en het bijhouden van het leerlingvolgsysteem. Maar de bereidheid om veel zelf te gaan oefenen kan minder zijn. ‘Ik ben er inmiddels wel klaar mee, hoor je ouders dan zeggen. Deze ouder moet je meer steunen en motiveren. Andersom is een onervaren ouder juist op zoek naar algemene informatie en herhaling van die informatie. Deze ouder hoef je veelal minder aan te sporen om zelf te gaan oefenen. Hier is sprake van onervarenheid in combinatie met veel motivatie. Voor dit contact is (bege)leiden belangrijk.

Een echte leider

Het is dus belangrijk dat je per situatie kiest wat de beste houding is. Het toepassen van de verkeerde stijl leidt juist weer tot frustratie en demotivatie. Bij jezelf en de ouders. Realiseer je dus wat het ervaringsniveau van de ander is en hoe het staat met de motivatie. Als dat niet duidelijk is, durf er dan naar te vragen. Als we zwemles geven is het vanzelfsprekend dat we differentiëren en tonen we volop leiderschap. In het contact met de ouders is leidinggeven of nemen net zo belangrijk. Dat zorgt voor structuur en duidelijkheid gedurende het zwemlestraject en dat is voor iedereen prettig werken. Wanneer het lukt op de verschillende momenten de juiste houding aan te nemen, word je een echte leider en zijn ouders de ambassadeur van je lessen. En dat geeft heel veel rust voor kind, ouder en instructeur.