Tijdens een lange autorit luister ik naar de radio. Het onderwerp is hoe ons brein werkt als we aan het leren zijn. Super interessant! Vanuit mijn vak als lesgever en mijn passie voor leren zwemmen luister ik aandachtig. Wat gebeurt er in je brein als je aan het leren bent? Het advies van brain expert Mark Tigchelaar luidt; “de beste manier om informatie voor lange termijn in het geheugen op te slaan is gespreid opnemen. En wanneer je op meerdere manieren dezelfde stof aanbiedt, leert dat makkelijker en wordt het beter onthouden. Dan vormt zich een geheugen spoor”. Hij geeft als voorbeeld ‘een paadje in de jungle’.

Later in hetzelfde radioprogramma vertelt Stefan van der Stigchel dat de metafoor van het paadje in de jungle en een geheugenspoor vormen ook geldt voor motorisch leren.

Ik ben een beelddenker dus een geweldig voorbeeld om te onthouden. Stel je voor; eerst is er dichte begroeiing en lijkt er geen doorkomen aan. Door langzaam maar zeker de takken opzij te duwen ontstaat er een paadje. Een spoor. Als je er regelmatig doorheen loopt wordt dat steeds duidelijker. Echter zodra je er een tijdje niet doorheen bent gelopen groeit de boel weer dicht. Duidelijk toch! Kwestie van bijhouden dus…

Terug naar leren zwemmen. Het behalen van een zwemdiploma is een begin. Iemand heeft getoond dat hij of zij bepaalde vaardigheden voldoende beheerst om zich te kunnen redden in en om het water. Dat noemen we dan zwemveilig. Maar blijven oefenen is dus vereist om de vaardigheden te behouden. Vanuit het project NL Zwemveilig is recent een publicatie verschenen “Definitie zwemveiligheid”. Daarin wordt zwemveiligheid beschreven in relatie tot een aantal bepalende factoren. Ik pak er twee uit; “persoon en activiteit”.

Bij zwemveiligheid in relatie tot het individu gaat het om de verstandelijke ontwikkeling van de zwemmer. Die bepaalt in hoeverre hij/zij zich bewust is van de gevaren om zich heen en de mate waarin die persoon zijn/haar eigen vaardigheden kan inschatten. Ik citeer; “door te ervaren en te experimenteren leert iemand om een correcte, realistische inschatting te maken van zijn/haar eigen vaardigheden”. Dus van jezelf weten wat je wel en niet kan draagt positief bij aan zwemveiligheid. Ervaren en experimenteren is een kwestie van veel en vaak doen. Dus ook na het behalen van je zwemdiploma.

Wat betreft zwemveiligheid in relatie tot de activiteit stellen de auteurs dat iemand die zich niet vertrouwd voelt in het water en er onverwacht mee wordt geconfronteerd, eerder door schrik en paniek wordt bevangen. Dus zelfvertrouwen helpt wanneer je onverwacht te water raakt. Ik citeer nogmaals; “door positieve ervaringen groeit het zelfvertrouwen en het geloof in eigen kunnen”. Positieve ervaringen beïnvloeden dus de mate van zwemveiligheid. Hoe meer je die opdoet door te blijven zwemmen hoe veiliger ben je dus wanneer je onverwacht te water raakt.

De meeste kinderen in Nederland gaan rond 4-5 jaar op zwemles. Het doel is zwemveilig zijn en verdrinking voorkomen. Blijven zwemmen na het behalen van het zwemdiploma is erg belangrijk. De geleerde vaardigheden moeten worden onderhouden om er vertrouwd mee te blijven. Net als het pad in de jungle dat dichtgroeit als je er even niet doorheen bent gegaan. Op jonge leeftijd leren we onze kinderen dat ze moeten oppassen bij het water en dat het gevaarlijk is. Als we op een later moment willen dat ze vertrouwd raken in en rondom water kost dat tijd en energie. Eerst door tijdens zwemles vaardigheden te leren en zelfredzaam te worden en daarna dus door in een prettige en positieve omgeving het geleerde te blijven onderhouden.

Samen zwemmen is leuk! Het bevordert de onderlinge band met je kind en fysieke inspanning brengt je brein tot rust. Nog een argument is dat wanneer die zwemdiploma’s eenmaal behaald zijn, met alle bijbehorende energie, tijd en geld, het wel zonde zou zijn als de geleerde vaardigheid weer naar de achtergrond verdwijnt. Je moet er niet aan denken dat je kind dan in de problemen komt op of bij het water.

Ik wil alle ouders van Nederland daarom bij deze oproepen hier een parallel te trekken met de inzet die velen tonen op school. Ik noem rollen als bieb-ouder, flitsmoeder, voorlees-ouder, samen uit school huiswerk maken, klassen-moeder/vader etc. Stop deze energie ook in samen zwemmen. Op een leuke en speelse manier. Niet technisch (dat doen wij wel) maar spelenderwijs en met een grote glimlach. Ambieer dat je kind het hele ABC-traject afrond en ga ook na het behalen van het C-diploma regelmatig samen zwemmen. Als je na B even bent gestopt kun je na een tijdje weer verder gaan met C. Ik weet uit ervaring dat kinderen als ze wat ouder zijn zwemles voor het C-diploma heel positief ervaren. Bedenk dat het bijhouden van de vaardigheden bijdraagt aan het zelfvertrouwen en dus de veiligheid rondom het water van je kind.

Vergelijk het met het behalen van je rijbewijs. Dan zeggen we: “het is een begin, vanaf nu ga je ervaringen opdoen en het in de praktijk verder leren. Heel veel doen, dan leer je het goed”.

Op scholen mag je tegenwoordig boeken op je lijst zetten die 30 jaar geleden werden bestempeld als stripboek. Nu gelden andere standaarden en zijn er nieuwe inzichten. De wens is “àls ze maar lezen”. Leren door het heel veel te doen. Creëer een geheugenspoor. Zo kan ik nog wel even doorgaan….

Veel zwemlesaanbieders maken de lessen al superleuk door veel te spelen, de inzet van mascottes en plezier hoog in ‘t vaandel te hebben. Zet die lijn ook thuis door. Maak het leuk, dat leert fijner en makkelijker. Blijf zwemmen, ook na het behalen van het zwemdiploma. Stimuleer je kind. Denk aan het paadje in de jungle; als je daar niet af en toe doorheen blijft lopen groeit het dicht. Als je er af en toe doorheen loopt, blijft het spoor in tact. Dus dat…

Ik heb deze blog geschreven in opdracht van de Nationale Raad Zwemveiligheid voor het project NL Zwemveilig.

https://www.nlzwemveilig.nl/blogs/2019/08/blog-leren-zwemmen-als-een-paadje-in-de-jungle/